De Tuin

Een blog door Marijn van Hoorn

Even uitwaaien bij Holywell Dene

Marijn van Hoorn

Deze post is een vertaling uit het origineel Engels. Het originele post was geschreven op α☾ anthesterion, χϟθ.δ / 13 maart 12021.

Ik moest onlangs een belangrijke familiezaak behandelen in het slaperig dorpje Holywell. Ik nam de gelegenheid waar om een korte wandeling rond de dichtbij dene (een Northumbrische term voor een stroomdal) te maken. Hier zijn een paar foto’s die ik ervan heb genoemd.

Twee herten wandelen op een plein achter verstrengelde takken.
Er waren tenminste vier van deze reeën in de buurt. Uitstekende, uitstékende dieren.
Een boom met obscure letters op zijn schors.
Het lijkt me dat een paar mensen woorden hebben gehakt in de schors van deze arme boompje, maar de tijd is niet aardig voor hun inscripties geweest. Volgens mij kan ik het woord „traitors” zien — wat zie jij in de theebladeren?

Op de terugweg hoorde ik een jongen zijn vriend zo afkraken: „Heb je net in die beker gepist? Dat is zó 2016 van je!” Ik ben het helemaal met hem eens. In een beker pissen is een zéér 2016 (n.Chr.) ding om de doen.

Ik volgde ook het advies van Roman Mars: lees altijd de plaquette.

Een informatieve plaquette over Holywell Dene.
Een vertaling van de plaquette

Holywell Dene

Geschiedenis van het land

Oospronkelijk „Merkel Dene” genaamd, het land tegenwoordig bekend als Holywell Dene was eerst opgenomen in ongeveer 800 n.Chr. Een oeroud ravijnbos die zich uitstrekt over zes kilometer, van de monding van de Seaton Burn bij Seaton Sluice door Holywell tot Seghill. De omtrek van Holywell Dene is weinig veranderd sinds 800 n.Chr.

Lokaal natuurgebied

In 2003 een Lokaal Natuurgebied aangewezen, Holywell Dene herbergt een rijke en gevarieerde selectie van flora en fauna, van inheemse bomen en struiken zoals eik, es, en hazelaar, tot gevoelige bossoorten zoals Hya­cinth­oid­es non-scripta (de wilde hyacint), Ra­nun­cu­lus auri­comus (de gulden boterbloem), en Viola ri­vi­nia­na (het bosviooltje). Vogels en dieren inheems in Holywell Dene omvat de ijsvogel (hieronder afgebeeld), de grote bonte specht, de goudvink, de das, en de rode eekhoorn.

Een kleurrijke vogel, getooid met blauwe en gouden veren, rust vredig op een boomtak.
IJsvogel

De heilige put

Een sepia-getinte antieke foto toont een nu al lang verdwenen stenen put bij een boom.
De heilige put

De heilige put (hierboven afgebeeld), vanwaar Holywell Dene haar naam dankt, was één van meerdere chemische en geneeskrachtige bronnen binnen de dene en herbergde een borrelende put opgedragen aan Maria. Hij staat op particulier terrein oorspronkelijk bekend als het Park, dicht bij de brug van Holywell. Deze venijnige bron had waarschijnlijk een inktachtige en ijzerachtige smaak, en men zei dat het water „in voorspelbare luchtbellen” steeg. Tegenwoordig blijven maar een paar stenen van de originele put over.

Het dorp Holywell

Uit gegevens blijkt dat Holywell al bestond in 1161. De Newcastle Weekly Chronicle van 1873 stelde: „Het dorp Holywell is geenszins een schone plaats; er lijkt een gebrek aan drainage en sanitair.”

De Delavals

Tegenwoordig in het bezit van afstammelingen van de Delaval-familie, Holywell Dene was aan ene toegekend: Hubert de la Val, die naar Groot-Britannië kwam met het leger van Willem de Veroveraar in 1006. De Delaval-familie waren kleurrijke toevoegingen aan het noordosten van Engeland, en de voorouders van de huidige eigenaar van de dene, Lord Hastings, waren politici, hovelingen, boeren, industriëlen, soldaten, academici, en entertainers. De familie was cruciaal voor de ontwikkeling van Holywell Dene door eeuwen heen.

De Kerk van Onze Lieve Vrouw

Hubert de la Val vierde zijn nieuw verworven Northumbrische landgoederen door de bouw van de Kerk van Onze Lieve Vrouw in 1100. Deze Normandische kerk is sinds de jaren 1100 vrijwel onveranderd gebleven.

Industrie en plezier

Holywell Dene is door de eeuwen heen gebruikt voor zowel zaken als plezier. De industrie binnen de grenzen van de dene omvatte landbouw, kolenmijnbouw, malen, houtskoolproductie en steengroeven; bij de splitsing met de zee bij Seaton Sluice omvatte de idustrie glasblazerij, brouwerij, steenbakkerij en zoutwinning. Vanaf het Victoriaanse tijdperk tot de huidige dag wordt de dene gebruikt om te wandelen en te genieten van de inheemse flora en fauna van Northumberland.

Het water van Seaton Burn stroomt over aarden trappen in een met bomen begroeide vallei.
Holywell Dene

Stadhuis Seaton Delaval

Een imposant gebouw uit de 18e eeuw, versierd met klassieke zuilen, kijkt uit op een keurig gemaaid grasveld.

Het oudst bekende vermelding van het stadhuis Seaton Delaval is in 1415. Tudor en Jacobeaanse huizen hadden gestaan tot het huis werd gebouwd door Sir John Vanbrugh voor admiraal George Delaval. Vanbrugh kreeg de opdracht een groot herenhuis te ontwerpen, een klein eind landinwaarts, net ver genoeg weg van het vuil en de stank van de haven, aan de rand van Holywell Dene. Het werk begon in in 1718 en duurde 10 jaar. Men kan steeds de stadhuis zien van de noordelijke rand van Holywell Dene, en het is open voor het publiek op woensdag en zondag van juni tot september, alsook de feestdagen in mei en augustus, van 14.00 tot 18.00.

[Speciale dank en kaart]

Een kaart van Holywell Dene waarop alle bovengenoemde plaatsen zijn aangegeven, alsmede Grove Farm, Sterling- of Starlight-kasteel, de watermolen en windmolen, de flessenfabriek, Seaton Sluice haven, en de oude machine.

Holywell Dene heeft geprofiteerd van de betrokkenheid van een aantal personen en organisaties die geïnteresseerd zijn in het behoud van de dene als prachtig toevluchtsoord voor wilde dieren en recreatiegebied.

De volgende organisaties zijn actief betrokken geweest bij het herstel van de bosgebieden en de aanwijzing van het Lokaal Natuurgebied Holywell Dene:

  • Vrienden van Holywell Dene
  • Merck Sharp & Dohme Limited
  • Seaton Delaval Estate
  • Horton Estate
  • Gemeenteraad Blyth Valley
  • Gemeenteraad Noord-Tyneside
  • Gemeenteraad Northumberland
  • Holywell basisschool
  • Seaton Sluice basisschool

Speciale dank aan David Anderson, die historische informatie voor deze panelen heeft verstrekt.

Deze bord was door Merck Sharp & Dohme gefinancieerd.